Test verbaal redeneervermogen

Test verbaal redeneervermogen: juist, onjuist of niet af te leiden

· 7 min leestijd

De test verbaal redeneervermogen is een van de redeneertesten die BOSA gebruikt bij selecties voor de federale overheid, de tests die veel kandidaten nog als Selor-tests kennen. Het is een computergestuurde test: je leest een aantal teksten en beantwoordt er vragen over. Bij sommige vragen moet je aangeven of een bewering juist is, onjuist is of niet uit de tekst kan worden afgeleid.

Hieronder vind je wat de officiële sites erover zeggen, hoe je de drie antwoorden uit elkaar houdt aan de hand van twee uitgewerkte teksten, welke valkuilen kandidaten het vaakst raken en hoe je score tot stand komt.

Wat BOSA over deze test zegt

Volgens BOSA bepaalt de test of je verbale informatie snel en correct kan begrijpen en analyseren. Hij kijkt ook of je relevante verbanden kan leggen tussen verbale informatie, zoals woorden en teksten. Op Werkenvoor.be staat de test onder de redeneertesten, naast de tests abstract, numeriek en ruimtelijk redeneervermogen.

Let op het woord snel: het gaat om begrijpend lezen onder tijdsdruk. Je hoeft geen jurist te zijn en je hoeft het onderwerp niet te kennen. Alles wat je nodig hebt, staat in de tekst op je scherm.

Hoe lang duurt de test?

OnderdeelDuur
Instructies15 minuten
Test zelfMinstens 20 minuten

Kijk in de rubriek Procedure van je vacature na hoe lang jouw test precies duurt. Dat is de duur die telt.

BOSA geeft één duidelijke raad: werk snel maar nauwkeurig. De test telt waarschijnlijk meer vragen dan je kan beantwoorden, dus een onafgewerkte test is geen reden tot paniek.

Onjuist of niet af te leiden: het verschil dat telt

Elke bewering krijgt een van drie antwoorden. Juist en onjuist spreken voor zich, het derde antwoord is de grote valkuil van de test.

  • Juist: de tekst bevestigt de bewering, letterlijk of via een eenvoudige redenering.
  • Onjuist: de tekst spreekt de bewering tegen.
  • Niet af te leiden: de tekst zegt er niets over of te weinig om te beslissen.

De reden is simpel: je hersenen willen een aannemelijke bewering gewoon goedkeuren. Maar de test meet hoe goed je een tekst leest, niet hoe goed je de wereld kent. Een bewering die waarschijnlijk klopt maar niet in de tekst staat, is niet af te leiden.

Twee voorbeeldteksten, uitgewerkt

De teksten hieronder zijn door PassFederal geschreven om op te oefenen. De diensten en regels zijn fictief, het zijn geen officiële vragen.

Tekst 1. „Treinverplaatsingen voor de dienst worden terugbetaald op basis van een ticket tweede klas. Een ticket eerste klas wordt alleen terugbetaald als er in tweede klas geen plaatsen meer waren en dat op het ticket vermeld staat. Je dient je aanvraag in binnen dertig dagen na de verplaatsing."

  • Bewering A: „Een ticket tweede klas wordt terugbetaald." Juist. Dat staat er in de eerste zin.
  • Bewering B: „Een ticket eerste klas wordt altijd terugbetaald." Onjuist. Het woord „altijd" botst met „alleen als": er gelden twee voorwaarden.
  • Bewering C: „De aanvraag moet je indienen bij de personeelsdienst." Niet af te leiden. De tekst geeft een termijn, maar zegt niet bij wie je de aanvraag indient.

Tekst 2. „De dienst Personeel organiseert in november twee infosessies over het nieuwe evaluatiesysteem. Elke sessie duurt twee uur en is bedoeld voor leidinggevenden. Inschrijven kan tot een week vóór de sessie via het intranet."

  • Bewering D: „De infosessies vinden in december plaats." Onjuist. De tekst noemt november.
  • Bewering E: „Een medewerker zonder leidinggevende functie mag naar een sessie komen." Niet af te leiden. „Bedoeld voor leidinggevenden" zegt wie de doelgroep is, niet dat anderen niet welkom zijn.
  • Bewering F: „Je kan je nog inschrijven op de dag van de sessie zelf." Onjuist. De inschrijving sluit een week voor de sessie.

De leesvalkuilen om te kennen

  • Absolute woorden. „Altijd", „alle", „nooit", „geen" en „enkel" maken een bewering kwetsbaar: één uitzondering in de tekst volstaat om ze onjuist te maken, zoals bij bewering B.
  • Kan, mag of moet. Een tekst die zegt dat iets kan, zegt niet dat het mag voor iedereen, en al zeker niet dat het moet. Kijk goed naar het werkwoord dat in de tekst staat.
  • Doelgroep versus uitsluiting. „Bedoeld voor" is geen „enkel voor". Bewering E laat zien hoe een doelgroep verleidt tot een besluit dat de tekst niet trekt.
  • Je eigen kennis. Weet je veel over het onderwerp, dan is dat je grootste vijand. Vraag jezelf bij elk antwoord af: waar staat dat?
  • Getallen en termijnen. Controleer de eenheid (werkdagen of kalenderdagen), de grens („uiterlijk", „minstens") en of een termijn vóór of na een gebeurtenis loopt.

Hoe wordt de test gequoteerd?

De test verbaal redeneervermogen hoort bij de redeneertesten (abstract, numeriek, verbaal en ruimtelijk), die BOSA met genormeerde scores beoordeelt. Je resultaat is een score op 100: BOSA vergelijkt je prestatie met die van een referentiegroep, kandidaten die dezelfde test onder dezelfde omstandigheden al aflegden. Er is een referentiegroep per test, per taalrol en per functieniveau.

De grens van 50/100 houdt rekening met de moeilijkheid van de test. Niet alleen het aandeel juiste antwoorden telt, maar ook hoe je presteert ten opzichte van de referentiegroep. Een score van 50/100 garandeert niet dat je geselecteerd wordt: het reglement van jouw selectie bepaalt de slaagvoorwaarden.

Antwoorden of blanco laten?

Lees de instructies voor je begint: daar staat of een fout strafpunten kost. Zonder strafpunten beantwoord je alle vragen. Met strafpunten beantwoord je zoveel mogelijk vragen waarvan je het antwoord kent. Neem ook de tijd voor de voorbeeldvragen vóór de eigenlijke test: ze tonen je de juiste manier van antwoorden.

Vijf gewoontes die tijd en punten besparen

Dit zijn tips van PassFederal, geen officiële regels. De instructies van je test gaan altijd voor.

  1. Lees eerst de bewering, dan pas de tekst. Zo weet je welke woorden je zoekt en lees je gericht.
  2. Zoek de zin die beslist. Bij elk antwoord moet je kunnen aanwijzen welke zin het staaft. Vind je er geen, dan is het antwoord „niet af te leiden".
  3. Controleer absolute woorden. Bij „alle", „altijd" of „nooit" zoek je de uitzondering in de tekst.
  4. Laat je kennis thuis. Denk niet aan hoe het in de praktijk gaat, maar aan wat er staat.
  5. Blijf niet hangen. Een vraag die niet lukt, kost tijd aan de volgende. Ga verder en kom er desnoods op terug.

Voorbereiden op de testdag

  • Lees je vacature grondig: daarin staan de soorten tests en wat ze meten.
  • Leer het testplatform thuis kennen met de officiële oefenmodule: je ontdekt er de omgeving en de digitale hulpmiddelen.
  • Bekijk de officiële demo van de verbale test. Ze bestaat online en in Word, voor master- en bachelorniveau en voor secundair onderwijs of lager, maar ze toont niet alle mogelijke varianten.

Oefenen met PassFederal

Een demo toont hoe de vragen gesteld worden, maar niet hoeveel je er moet maken om het onderscheid tussen onjuist en niet af te leiden in te slijten. PassFederal biedt administratieve teksten en teksten over overheidsdiensten aan, in een vragenbank A/B en een vragenbank C/D. Bij elk antwoord staat de zin uit de tekst die beslist, en elke valkuil is uitgelegd. De getimede simulatie bevat het verbale onderdeel van 20 vragen in 20 minuten, gevolgd door de drie andere tests, telkens met nieuwe vragen. Op onze pagina over verbaal redeneren lees je meer over de test.

Wil je weten waar je staat? Doe de gratis test: vragen abstract, verbaal en numeriek redeneren, zonder account en zonder bankkaart. Over de twee andere redeneertesten lees je meer in onze artikels over abstract redeneren en numeriek redeneren, en een overzicht van alle proeven vind je in onze gids over de selectietesten per niveau. Daarna opent het aanbod van PassFederal de vier tests, beide vragenbanken, de simulatie en je voorbereidingsplan, in het Nederlands en het Frans.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt de test verbaal redeneervermogen?

Eerst volgen 15 minuten instructies, daarna duurt de test minstens 20 minuten. De exacte duur staat in de rubriek Procedure van je vacature.

Wat is het verschil tussen onjuist en niet af te leiden?

Een bewering is onjuist als de tekst het tegendeel zegt. Ze is niet af te leiden als de tekst niets bevat waarmee je kan beslissen, ook al lijkt de bewering in de praktijk te kloppen.

Heb ik voorkennis over het onderwerp nodig?

Nee. Je beoordeelt elke bewering op basis van de tekst. Wat je zelf over het onderwerp weet, hoort niet in je antwoord thuis.

Moet ik alle vragen van de test afwerken?

Nee. BOSA zegt dat de test waarschijnlijk meer vragen telt dan je kan beantwoorden. Werk snel maar nauwkeurig.

Bestaat er een officiële demo van de verbale test?

Ja, online en in Word, voor master- en bachelorniveau en voor secundair onderwijs of lager. De demo toont niet alle mogelijke varianten van de test.

Bronnen

Lees ook